Page 38 - Empowering pre-service teachers through inquiry - Lidewij van Katwijk
P. 38

                                Chapter 2
 Tabel 2.1 De zes aspecten van onderzoekend vermogen met gehanteerde definities en concrete voorbeelden uit de bestudeerde documenten
   Aspecten onderzoekend vermogen
   Definitie
   Voorbeelden uit bestudeerde documenten
 Onderzoeks- vaardigheden (V)
Onderzoekende houding (H)
Onderzoekend handelen (H/V)
Toepassing onderzoeks- resultaten in praktijk (V)
Kennis over het fenomeen onderzoek (K)
Kennis over onderzoek uit het vakgebied (K)
Vaardigheden die nodig zijn om een onderzoek uit te voeren.
Een open en kritische manier van kijken, gericht op dieper inzicht.
Gedrag dat zichtbaar is in de praktijk, waarin zowel onderzoekskennis
als een onderzoekende houding weerspiegeld is.
Het gebruik maken of uittesten van resultaten uit eerder onderzoek in de eigen lespraktijk.
Kennis over het doen van onderzoek en achterliggende theorieën.
Kennis over concepten, theorieën en eerder verworven kennis over het te onderzoeken onderwerp.
“Om deze uitdagingen het hoofd te kunnen bieden is [...] vaardigheid in onderzoek doen noodzakelijk voor leraren.“ [I – 17:101]
“Het doel daarvan is dat je enerzijds leert hoe je een goed onderzoek opzet en uitvoert.” [L – 1:22]
“De onderzoekende houding kent verschillende kijkrichtingen. [...]
Het gaat hierbij om reflectie, studieloopbaanbegeleiding, eigen normen en waarden (normatieve professionalisering). [...] De laatste kijkrichting is onderzoekend kijken naar de opvattingen van anderen om zo eigen opvattingen te funderen.” [R – 50:4] “Het ontwikkelen van een onderzoekende houding staat hierbij niet voor niets bovenaan. Die houding staat centraal binnen het lerarenberoep en is de motor tot de wens om te onderzoeken.” [W – 5:57]
“Daarbij zijn het analyseren van toets resultaten, observeren van leerlingen en samenwerken met collega’s belangrijke kernkwaliteiten. Een leerkracht moet in staat zijn om op systematische wijze de leeropbrengsten van leerlingen in kaart te brengen en het onderwijs aan te passen aan de behoeften en capaciteiten van leerlingen.” [A – 25:49]
“Hoe kan ik een probleem in mijn werksituatie onderzoeken en oplossen door anders te gaan handelen? Het eigen handelen staat centraal.” [J – 13:35]
“Studenten baseren hun professioneel handelen op resultaten van onderzoek (en andere actuele kennis..)” [S – 80:9]
Het doel van het onderzoekslint is het verwerven van ‘onderzoekend vermogen’, met als componenten de kritisch- onderzoekende houding, toepassen van onderzoeksresultaten en zelf onderzoek doen.” [K – 29:5]
“Om te groeien als leraar - onderzoeker is uiteraard kennis over het doen van onderzoek nodig.” [I -17:107]
“Het 12-stappenplan biedt houvast om praktijkonderzoek te verrichten in stage of werksituatie.” [Y – 44:16]
Een onderzoekende leraar gaat (samen met anderen) systematisch op zoek naar kennis om zo meer inzicht te krijgen in de problematiek die hij of zij in de eigen klas of schoolorganisatie tegenkomt. [A – 25:39]
De student werkt aan de volgende leeruitkomsten: [...] het vergelijken van bestudeerde theorieën en het vormen en onderbouwen van een eigen opinie daarover; [X – 35:12]
 V=vaardigheidsaspect, H= houdingsaspect en K= kennisaspect
36



































































   36   37   38   39   40